Aarfusarium [Fusarium poae]
Fusarium-schimmels behoren wereldwijd tot de gevaarlijkste ziekteverwekkers in granen. Naast opbrengstverliezen door een lagere kiemkracht van aangetast zaaizaad, kan fusarium het aantal korrels per aar en het duizendkorrelgewicht negatief beïnvloeden. Verder veroorzaken de schimmels een verminderde bak- en brouwkwaliteit en kunnen ze mycotoxinen vormen. Tarwe en haver zijn het meest vatbaar voor de fusarium-schimmels, maar ook triticale kan worden aangetast. Gerst en rogge zijn minder gevoelig.
De problemen veroorzaakt door Fusarium culmorum en Fusarium graminearum hebben vooral betrekken op de productie van stoffen die giftig zijn voor mens en dier bij de consumptie van granen. De belangrijkste groepen van deze zogenaamde mycotoxinen kunnen ontstaan bij zware aantastingen door fusarium-schimmels vooral in combinatie met een vertraagde afrijping door natte weersomstandigheden. Als de graan in de bewaring niet droog genoeg is, gaat de vorming van mycotoxinen ook na de oogst gewoon door.